Hooggeëerd publiek, kom binnen!
Mensen, mensen, komt dat zien!
Onze show van topartiesten;
voor een prikkie bovendien!

IJzingwekkend zijn de kunsten
die ze hebben aangeleerd.
Magnifiek en oogverblindend
en perfect gecomponeerd.

Koop een kaartje, want geloof me:
zoiets is nog nooit vertoond!
Sluit u rustig in de rij aan;
uw geduld wordt rijk beloond!

De boeienkoning
Serdzjo is de boeienkoning
en door Truus, een femme fatale,
met tien kettingen en sloten
vastgebonden aan een paal.

Kijk hem kronkelen en draaien!
Sterk is Serdzjo, als een beer!
Spieren rollen, tanden knarsen.
O, wat gaat die vent tekeer!

Truus danst in haar glitterpakje
vlak bij Serdzjo in het rond.
En dan valt met veel gerinkel
de tros boeien op de grond.

Serdzjo toont met trots het ijzer
dat hem net nog heeft gekweld.
Truus masseert zijn dikke spieren
en verzucht: ‘Je bent mijn held.’

De fakir
Kijk, een bed met  duizend spijkers
met de puntjes overeind.
‘Hoog tijd voor een middagdutje!’
roept de fakir  die verschijnt.

Met alleen een broek en tulband
ligt hij – een minuut of vier –
op het bed met scherpe punten
en de man vertrekt geen spier.

Daarna showt hij glorieus zijn
naakte rug aan het publiek.
Nee, geen wond, nee, zelfs geen putje.
Het is werkelijk magnifiek!

De degenslikker
Dracovic, de degenslikker,
laat zijn scherpe degens zien,
die hij in zijn keel laat zakken;
samen zijn het er wel tien.

Tot het heft gaan ze naar binnen
– een bloedstollend enge act –
tot hij ze met tromgeroffel
uit zijn keel naar boven trekt.

Luid applaus, als Dracovic
De truc met veertien degens doet.
In triomf toont hij de degens:
‘Kijk, u ziet geen spatje bloed!

De sterke man
Harry rolt zijn schouderspieren,
roept: ‘Ik ben de sterke man.
Niemand op de hele wereld
die van Harry winnen kan.’

Eerst kiest hij drie dikke dames,
zet ze op de canapé.
En die tilt hij hoog de lucht in.
Hoor ze gillen: ‘Help!’ ‘O, jee!’

Dan pakt hij een staaf van ijzer,
showt het ding met veel aplomb.
Harry legt hem op zijn schouders,
rukt eraan: de staaf is krom.

Het publiek gaat uit zijn dak als
Harry op zijn borstkas slaat.
En de canapé verfrommelt
voor hij het toneel verlaat.

Het slangenmeisje
Mei-Lan is een slangenmeisje
van Chinese origien.
Acrobatisc hzijn haar kunsten
en dat gaat ze laten zien.

Eerst buigt ze zich ver naar achter
en ze pakt haar hielen beet,
steekt haar hoofdje door haar benen,
waarna ze een koekje eet.

Dan verdwijnt het hele meisje
met haar lijf van elastiek
opgevouwen in een koffer
van doorzichtige plastiek.

Lenig is ze als een tijger
als ze door een hoepel zweeft.
Magistraal zijn ook de salto’s
die Mei-Lan als toegift geeft.

De vuurspuwer
Knut de Viking heeft twee toortsen
en die steekt hij in de fik.
En tot schrik van het publiek gaat
dan het licht uit met een klik.

O, daar hapt hij in de vlammen;
vonken spatten in het rond.
En ineens komt er een steekvlam
van drie meter uit zijn mond.

Na het doven van de vlam doet
Knut opnieuw zijn linke act.
En dan gaan de lichten aan.
‘Koud kunstje,’ roept hij opgewekt.

Finale
Tijd nu voor de Grande Finale.
Luid schettert de marsmuziek.
De artiesten paraderen
voor het juichende publiek.

Zwierig lopen ze een rondje
in hun cape’s van glansfluweel.
Het publiek springt op de banken,
roept: ‘Het was sensationeel!’

Maria van Donkelaar en Martine van Rooijen

Annette Andela maakte voor de stArt Award een strip van dit gedicht. Met deze inzending won ze in 2012 de Kinderjuryprijs. Ze was toen nog maar net afgestudeerd van de kunstacademie Minerva in Groningen.
En omdat Annette Andela uit Friesland komt, was het nieuws ook in het Fries te horen.