Ik dacht dat ik verliefd was
op de winter.
Eind november
schreef ik briefjes:
‘Liefje,
hoe lang duurt het nog?
Waar blijf je?
Schrijf je
als je in de buurt bent?’
Nog geen uurtje later
kreeg ik antwoord:
zachte natte sneeuw
als kushandje, als teken.
Ik wist zeker
dat we nu wat hadden.
Maar laatst,
op onze schaatsbaan,
greep hij naar mijn handen –
ik had wel donzen wanten aan,
maar hij kneep er dwars doorheen
en liet niet los.
Ik riep nog:
‘Gossiemijne
dat doet pijn!’
Maar hij hield vast.
Hij zei: ‘Dat past toch bij verkering?
Handje houden?’
En toen maakte ik het uit.
Nu zit ik hier.
Ik heb een schrale huid,
ik ben verkouden
en ik heb geen liefje.
Kom,
ik schrijf de lente
eens een briefje.

 

een gedicht van Edward van de Vendel
Illustratie: Marloes Toonen, inzending Art Award 2008
Uit: BoekieBoekie Winterboek, 2008